Différences entre versions de « Verbe copule »

De MultiGram
Ligne 1 : Ligne 1 :
 
A COMPLÉTER
 
A COMPLÉTER
  
Zijn, worden, blijven, blijken, schijnen, lijken, heten.
+
Zijn, worden, blijven, blijken, schijnen, lijken, heten, dunken, voorkomen.
  
 
(Ruiken, smaken, er uitzien, ...)
 
(Ruiken, smaken, er uitzien, ...)

Version du 22 mars 2014 à 12:29

A COMPLÉTER

Zijn, worden, blijven, blijken, schijnen, lijken, heten, dunken, voorkomen.

(Ruiken, smaken, er uitzien, ...)